Resilience model

Een theorie is eigenlijk een verzameling van opvattingen en stellingen die je richting geeft aan je handelen. Om vanuit een theorie te kunnen werken is het zicht op de context erg belangrijk. Daarom wil ik hier onderstaande citaten weergeven waarin jonge voortijdige schoolverlaters vertellen over hun leefsituatie.

“De binnenlandse oorlog was voor mij een groot probleem. Ik kan me herinneren dat wanneer een helicopter overkwam we moesten rennen en ons verstoppen. De commando’s hebben de school kapot gemaakt. Ik ben toen jaren niet op school geweest.”

“Toen m’n moeder twee maanden zwanger was, is zij verlaten door m’n vader. Hij heeft nooit iets gestuurd voor ons. Ik heb geen contact meer met hem, ik ken z’n naam niet eens voluit. Het enige dat ik weet is dat hij in Holland woont. Omdat mijn moeder meerdere banen heeft word ik opgevoed door mijn oma. Doordat ik geen steun had, ben ik niet doorgegaan.”

“In de eerste klas kreeg ik vaak een pak slaag van de juf vanwege rekenen. Ik sprak niet, ik was bang voor de juf. De juf legde de som maar één keer uit. Als je het niet begreep ging ze schreeuwen. En als je er niet was, legde ze het niet meer uit. ”

“Op school werden de verschillende kinderen in domme en knappe rijen gezet. Als je één keer slecht had gewerkt, dan zette de juf je gelijk terug in de domme groep en dat maakt je bang.”

De uitspraken maken duidelijk dat veel drop-outs te maken hebben gehad met tegenslagen en negatieve ervaringen. Een gebeurtenis als een oorlog of seksueel misbruik wordt ervaren als een trauma, die een negatief effect heeft op het denken en handelen.

Voor de trainers van TANA is het dus van belang om een positieve realiteit te construeren, waarbij we de focus leggen op de herkenning en stimulering van potenties, eigenschappen en talenten die het kind reeds heeft. Deze gedachte is bekend geworden als de resilience-gedachte. In het Nederlands wordt gesproken over veerkracht.

Baanbrekend werk in dit aspect heeft Edith Grotberg geleverd. Zij is wetenschapper aan de universiteit van Alabama in Amerika. Daarnaast heeft zij een leerstoel aan de Ahfad universiteit in Sudan.

Edith Grotberg (1995:7-10) omschrijft Resilience (veerkracht) als een capaciteit die ieder mens, groep, of samenleving heeft om schadelijke effecten van tegenslagen te voorkomen, of te verkleinen.

“While outside help is essential in times of trouble, it is insufficient. Along with food and shelter, children need love and trust, hope and autonomy. Along with safe havens, they need safe relationships that can foster friendships and commitment. They need the loving support and self-confidence, the faith in themselves and their world, all of which builds resilience. ”

In het stimuleren van veerkracht spelen trainers op TANA een belangrijke rol. Zij bevorderen dat jongeren onafhankelijk, verantwoordelijk, en empatisch worden. Anders gezegd, dat zij hoop en vertrouwen hebben in zichzelf en in de toekomst.

Trainers leren de jongeren hoe zij moeten communiceren met anderen, hoe zij problemen kunnen oplossen en hoe zij met negatieve gedachten en gevoelens kunnen omgaan. Zo kunnen zij hun veerkracht verder ontwikkelen.

Grotberg (1995: 11) gaat verder en beschrijft de eindtermen die een kind bezit als hij of zij over voldoende veerkracht bezit.

Ik heb

  • mensen in mijn omgeving die ik vertrouw en die van mij houden wat er ook gebeurd
  • mensen die mij grenzen stellen zodat ik weet wanneer ik moet stoppen, voordat ik in echte problemen kom
  • mensen die mij laten zien hoe ik dingen goed kan doen
  • mensen die mij leren om dingen zelfstandig te doen
  • mensen die mij helpen wanneer ik ziek ben, in gevaar of nood verkeer of wanneer ik iets moet leren

Ik ben

  • een persoon, die mensen aardig vinden en waar ze van kunnen houden
  • Blij wanneer ik iets voor andere mensen kan doen en mijn respect kan tonen
  • Respectvol naar mijzelf en anderen toe
  • Verantwoordelijk voor mijn eigen daden
  • Er zeker van dat alles goed komt

Ik kan

  • Praten met andere mensen over dingen die mij bang maken of waar ik mij aan erger
  • Een manier vinden om met mijn problemen om te gaan
  • Mijzelf onder controle houden wanneer ik weet dat ik iets verkeerd doe of bang ben
  • Bedenken wanneer het een goed moment is om met iemand te praten of actie te ondernemen
  • Iemand vinden die mij kan helpen wanneer dit nodig is

Veerkracht wordt gevormd door een combinatie van de drie concepten. Jongeren vallen vaak terug op hun moeder die voor hen klaarstaat (ik heb), maar missen een mate van zelfwaarde (ik ben) en kunnen zich moeilijk over tegenslagen heenzetten (ik kan) waardoor zij de onvoldoende veerkracht ervaren bij tegenslagen. Op TANA willen we daarom jongeren zicht bieden op alle waarden zodat zij zelf in staat zijn om tegenslagen te overwinnen.

Een andere wetenschapper die onderzoek heeft gedaan vanuit de resilience benadering is de Belgische socioloog Stefan Vanistendael. Vanistendael is werkzaam bij het International Catholic Child Bureau in Geneve. Vanistendael noemt vijf bouwstenen om de veerkracht in kinderen te stimuleren;

  • De acceptatie van de jongere
  • Het bieden van structuur, orde en betekenis in zijn / haar leven
  • Het ontdekken en stimuleren van kerncompetenties
  • Het versterken van het zelfvertrouwen
  • Het gebruik van humor

Deze bouwstenen komen terug in de uitvoering op TANA. De trainers bouwen een relatie op met de jongeren. Het gaat om een vertrouwensband, waardoor zij zich veilig voelen om over bepaalde tegenslagen te praten. Het hangt van elke jongere persoonlijk af hoe intensief deze band is.

Het beroepseducatie-programma is sterk gestructureerd en gekoppeld aan het behalen van doelen. Door de structuur heeft de cursist zicht waarvoor hij bezig is. Een concrete opdracht tijdens het workshopprogramma is om een bepaalde track af te leggen tijdens de survival. Wanneer de cursist hierin is geslaagd ontstaat een betekenis in het leven. De zelfwaarde (ik mag er zijn) wordt versterkt.

Vooral tijdens het pre-voc programma wordt de cursist de ruimte geboden om zijn kerncompetenties te ontdekken. Soms slaagt een cursist voor de pre-vocational training om vervolgens een andere richting te volgen, bijvoorbeeld de keuze voor een computer hardware-opleiding. TANA verwijst de jongere naar de instanties die deze opleiding aanbieden. Ook vanuit een andere invalshoek zien we de specifieke talenten van jongeren; in het spelen van volkstoneel op de workshop, zingen, schilderen of het aanleg hebben voor bepaalde takken van sport.

Het zelfvertrouwen en de zelfwaarde beinvloeden elkaar wederzijds. Door het zicht op wat je aan het doen bent, krijg je meer zelfvertrouwen. De positieve resultaten vanuit je handelen vergroot wederom je zelfwaarde.

Tenslotte, humor. Toch is dit ook een bouwstenen om tegenslagen of spanningen thuis te verwerken. Door een positieve benadering na te streven hopen we dat cursisten ondanks alle tegenslagen in staat zijn om hun persoonlijke doel te verwezenlijken.