Speciaal lesprogramma TANA werpt vruchten af

school bord  150x135 Speciaal lesprogramma TANA werpt vruchten af

Gelet op het feit dat de landelijke slagingspercentages voor kinderen van de zesde klas niet aan de hoge kant zijn, heeft Stichting Tana een speciaal lesprogramma opgezet voor deze doelgroep. Over het resultaat is de stichting tevreden, want gebleken is dat het slagingspercentage duidelijk omhoog is gegaan. Vanaf 2006 worden kinderen van Albina …

en andere plaatsen begeleid. “Door dit progamma, dat drie en een halve maand vóór het examen wordt uitgevoerd, gaat het percentage geslaagden omhoog”, verklaart Fatima Hulsman, die de Public Relations van de stichting verzorgt.

Zo had Albina een slagingspercentage van 85%. Een ander voorbeeld is Coronie, waar de leerlingen zoveel jaren slecht hadden gepresteerd, maar sinds 2010 hebben ze verbazingwekkende prestaties gehaald. Het waren allemaal kinderen die, aan de hand van hun eerstekwartaalcijfers, geen kans hadden om te slagen.

“We werken alleen met de kinderen die er slecht voor staan”, zegt Hulsman. Drie keer per week en twee uren per dag worden de kinderen getraind. Een coördinator informeert bij de scholen in zijn gebied naar zwakke kinderen en die worden op één locatie naar de toets toe bijgetraind. Voor dit jaar heeft Stichting Tana geen middelen gekregen om het project uit te voeren.

De donor die sinds 2006 zijn ondersteuning had verleend, is aan het afbouwen. Bovendien vindt de donor dat het een probleem is van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov). De stichting heeft inmiddels gesprekken gehad met Minov dat bereid was dit probleem op te pakken in de verschillende districten.

Echter is er nog geen contract getekend. Volgens Hulsman wil het Minov het programma landelijk invoeren, maar omdat het kort dag is, heeft de stichting aangegeven om eerst Marowijne, Groningen, Coronie en Paramaribo aan te doen. De begroting is al ingediend en het wachten is op het ministerie. “Het progamma heeft zichzelf bewezen, omdat we hebben gezien dat kinderen die weinig kans hadden om te slagen, het toch hebben gehaald.

Als we kijken naar onze deelnemers, dan zien we dat ze hoger scoren dan het landelijk gemiddelde slagingspercentage. Als het gemiddelde bijvoorbeeld 70 procent is geweest, dan halen de zwakke kinderen, die we extra hebben getraind, 75 procent. We willen wel een hoger percentage hebben, maar omstandigheden laten het soms niet toe”, aldus Hulsman.