Transactioneel model

TANA werkt vanuit het transactioneel model. Kort gezegd kunnen we positieve veranderingen creeëren door een positieve beinvloeding.

De wereld van jonge voortijdige schoolverlaters wordt in belangrijke mate beinvloed door leeftijdgenoten (peers), de thuissituatie, de schoolsituatie en de omgeving (buurt).

Ook een TANA-trainer beinvloedt de cursisten. Wanneer er meerdere interacties zijn tussen de trainer en de student beinvloeden zij elkaar. Door interactie, emotie en verwachtingen ontstaan veranderingen.

Sameroff en Chandler (1975) hebben als eersten de term transactie voorgesteld, ter onderscheiding van interacties. Zij definiëren transacties als wisselwerkingen op lange termijn tussen een organisme en zijn omgeving, of een gedeelte hiervan, die een spiraal vormig verloop hebben. De uiteindelijke ontwikkeling wordt bepaald door voortdurende, spiraalvormige, wisselwerkingen tussen (onder andere) de jongere en de trainer.

Een voorbeeld om dit te verduidelijken:

Onderzoek naar de belevingswereld van drop-outs toont aan dat het grootste deel van de jongeren uit één-oudergezinnen komt. De moeder is bezig met het verdienen van het gezinsinkomen. Dit blijkt niet genoeg. Een meerderheid van de cursisten kan met dit gegeven omgaan en probeert door incidentele arbeid (hossels) het hoofd boven water te houden. Een enkeling komt in de verleiding om van een mede-cursist te stelen. Er ontstaan spanningen in de groep waarbij de cursist niet langer in de groep kan blijven. Er wordt gekeken naar verdere mogelijkheden voor de cursist.

Je kunt je afvragen of het kind volledig te verwijten valt om iets weg te nemen wanneer hij niet voldoende geld van zijn moeder meekrijgt. Ook kun je je afvragen in hoeverre de moeder hier schuldig aan is omdat zij zich een slag in de rondte werkt om het huishouden te kunnen draaien. Moeder en kind dragen bij tot een ongunstige wisselwerking en als de diefstal wordt geconstateerd is niet meer uit te maken ‘wie begonnen is’.

Op TANA wordt geprobeerd om de spiraalvormige wisselwerking tussen jongeren en de trainer in een gunstige vorm te buigen.

Wanneer de transactie positief is en de jongeren op een positieve manier benaderd worden, ontstaat er een gunstige wisselwerking tussen de jongeren en de trainers. Dit zal een positieve uitwerking hebben op de ontwikkeling en het zelfvertrouwen van de jongeren, want er is sprake van een doorlopende beinvloeding. Hoe de transactie de cursist beinvloedt, hangt af van de omgeving waarin deze zich bevindt.

Bij TANA worden de jongeren op een positieve manier benaderd, waarbij het accent ligt op de beroepshouding. Er wordt tijdens de opleiding bekeken wat de leerpunten zijn en hoe zij hieraan kunnen werken. Op deze manier wordt het zelfvertrouwen van de jongere bevorderd en zijn zij beter in staat om zich verder te ontwikkelen op cognitief, sociaal, en emotioneel niveau.

De opzet van het TANA-programma laat zien dat een verandering mogelijk is en dat er een positieve transactie kan plaatsvinden. Wanneer er in de thuissituatie alleen maar negatieve transacties plaatsvinden kan dit een probleem vormen, hetgeen geillustreerd wordt in het bovenstaande voorbeeld. Er wordt dan gezocht naar een persoon, die de jongere vertrouwt en die hem kan ondersteunen bij tegenslagen. Dit kan een buurman of buurvrouw zijn, een ander familielid of een medecursist.